De vrijwillige samenleving

De vrijwillige samenleving

Er is geen enkele politieke partij in Nederland waarvoor ik de gang naar de stembus maak. Zelfs als ik zeker wist dat mijn stem zich op magische wijze direct zou materialiseren in beleid zou ik het rode potlood links laten liggen. Het probleem is namelijk niet inhoudelijke onvrede met de minieme verschillen tussen de verschillende partijprogramma's. Het probleem zit hem in de onvrijheid aan het fundament van onze samenleving.

Wanneer je als burger geconfronteerd wordt met beleid dat ingaat tegen je principes heb je de vrijheid je kritiek publiek te uiten. Je mag rustig zeggen dat het vreemdelingenbeleid van Teeven een schandaal is of dat banken nooit genationaliseerd hadden mogen worden. Vrijheid van meningsuiting alleen is echter niet voldoende om een vrije samenleving te garanderen. Het geeft je namelijk niet het recht om naar je overtuiging te handelen. Probeer maar eens geen belasting te betalen omdat je het oneens bent met de ophokmanie van onze staatssecretaris. Of probeer je pensioensopbouw maandelijks uitgekeerd te krijgen omdat je het oneens bent met de ondemocratische pensioenfondsen die beleggen op manieren en in dingen die tegen je principes ingaan. Veel succes.

Probeer maar eens geen belasting te betalen omdat je het oneens bent met de ophokmanie van onze staatssecretaris

Het dwingen van individuen actief mee te werken aan beleid waar zij niet achter staan door een aanzienlijk deel van hun bezit af te pakken is op zichzelf bezwaarlijk. Dit is dan ook de reden dat een nieuwe politieke partij oprichten binnen het bestaande systeem geen oplossing biedt. Het is niet de inhoud die moet veranderen, maar de vorm.

Die vorm is nu als volgt. De burger moet aannemen dat politici beter kunnen bepalen hoe zijn geld moet worden besteed dan hijzelf dat zou kunnen. Wanneer hij dat niet gelooft en handelt naar zijn overtuiging door belasting te ‘ontduiken’ stuurt de staat haar geweldsmonopolie op hem af. Een samenleving waarbinnen er geen mogelijkheid is je op fundamentele wijze te onttrekken aan door anderen opgedrongen beleid is een onvrije samenleving. En onvrijheid creëert ressentiment.

Je kunt de vergelijking maken met een beroving. Wanneer een overvaller een pistool op je richt en een bedrag eist, maakt het voor jou niet uit of dat bedrag bedoeld is voor het naar school sturen van zijn dochter, of voor het kopen van harddrugs. Als de overvaller je had gevraagd om een bedrag voor zijn doel had jij de keuze gehad bij te dragen of vriendelijk te weigeren. Beide doelen legitimeren geen getrokken pistool. In het geval van een natiestaat is deze situatie omgekeerd. Het individu is de dief wanneer hij zijn bezit niet afstaat aan de gewapende partij. Het beste waarop de burger mag hopen is dat deze overvaller hem in de toekomst een grotere fooi teruggeeft van het gestolen bedrag dan de vorige bandieten.

De kerkvader Augustinus (354-430) maakte al de vergelijking tussen regeringen en dievenbendes. Beiden bestaan uit personen die de eigendommen van anderen verdelen onder een door henzelf bepaalde verdeelsleutel. De burger zal, als hij geluk heeft, delen van het gemeenschappelijk bezit terugzien in sociale voorzieningen. De optie zijn bezit direct over te dragen aan die projecten waar hij in gelooft, zoals scholing en infrastructuur, zonder tegelijkertijd gedwongen te zijn projecten waar hij niet in gelooft te financieren, zoals de JSF en het redden van banken, ontbreekt.

De oplossing voor deze morele paradox die de staat heet is simpelweg het verlaten van dwang. Mensen die het een goed idee lijkt een oorlog te beginnen in een ver land hebben nog steeds de vrijheid dat te doen. Mensen die geloven dat staatsonderwijs van voldoende kwaliteit is mogen daarvoor naar hartenlust belasting afdragen. Een gemeente kan nog steeds een nieuw voetbalstadion laten bouwen. Het enige dat verandert is de mogelijkheid diegenen die daar niets in zien te dwingen ervoor te betalen. Kortom: iedereen is vrij projecten te starten, maar niemand heeft het recht een ander te dwingen eraan mee te werken.

Een argument tegen het afschaffen van slavernij was dat er niemand zou overblijven om het katoen te plukken

De principes die centraal staan in een vrijwillige samenleving zijn het respect voor eigendom en het daaruit volgende verbod op het initiëren van geweld. Ieder individu heeft volledige beschikking over zijn bezit, inclusief zijn lichaam, en geen individu of instantie heeft het recht het bezit van een ander te schaden of te ontvreemden. Op basis van deze principes zal de samenleving een ongekende ontwikkeling doormaken. Het is precies op de veranderingen die gepaard gaan met die ontwikkeling waar de nadruk ligt in discussies rondom een vrije samenleving. Toch zijn het niet de consequenties, maar de principes waarop een inhoudelijke discussie gebaseerd moet zijn. Tegenwerpingen in de vorm van ‘wie doet/bouwt/verzorgt x, y en z als de overheid dat niet doet?’ zijn geen argumenten tegen de vrije samenleving. Zij zijn een gebrek aan voorstellingsvermogen en morele prioriteit.

Tijdens de Amerikaanse Civil War was een van de argumenten tegen het afschaffen van slavernij dat er niemand zou overblijven om het katoen te plukken. Wij herkennen dat er tijdens de slavernijdiscussie veel grotere zaken op het spel stonden dan economische consequenties, zoals het instorten van de katoenindustrie. Toch was de angst voor verandering lange tijd groter dan de morele bezwaren tegen het exploiteren van mensen, zelfs onder geëxploiteerden. Dezelfde consequentiegerichte roeptoeterij omringt nog altijd het concept van een vrije samenleving. De afschaffing van slavernij was een enorme stap in de ontwikkeling van de mensheid. De vraag is wanneer wij die volgende stap durven zetten om voor iedereen vrijheid van dwang te realiseren. We kunnen beginnen met thuisblijven tijdens verkiezingen. Laten we verder zien wat er gebeurt.

Seculier Extremisme

Seculier Extremisme

Red de verzorgingsstaat! Neem een vluchteling in huis

Red de verzorgingsstaat! Neem een vluchteling in huis