Pitch Vers Bloed: Post-Truth Society

Pitch Vers Bloed: Post-Truth Society

Objectief nieuws bestaat niet. Niet alleen bepaalt het wereldbeeld van journalisten welke onderwerpen genegeerd worden, of juist worden belicht, maar zijn zelfs de woorden die journalisten gebruiken ideologisch gekleurd.

Journalisten kunnen dus niet neutraal zijn, net zomin als jij en ik dat kunnen, want ze handelen in woorden en woorden zijn onlosmakelijk verbonden met wereldbeelden. Wat het probleem is, is dat mensen vaak wel van journalisten verwachten dat ze neutraal zijn en of in ieder geval open zijn over hun bias. In de ogen van een steeds grotere groep lezers doen journalisten en media dit niet, of niet voldoende. Of je een bezetting van een wildreservaat beschrijft als een daad van domestic terrorism, of een daad van verzet tegen een onconstitutionele federale overheid, maakt nogal wat uit.

Journalisten onderzoeken tegenwoordig vooral aannames van de politieke ander, niet die van zichzelf of collega-journalisten in zijn of haar ‘filterbubbel’. Dat dit voor de ander aanvoelt als belerende arrogantie in het beste geval en regelrecht bedrog en propaganda in het slechtste geval is niet moeilijk te voorspellen. Dat dit niet massaal wordt opgepikt door journalisten doet vermoeden dat ze nooit serieus met mensen praten die anders denken over de wereld dan zijzelf - of nooit met serieuze mensen praten - en hun bias dus niet als probleem ervaren - of überhaupt niet ervaren. Hier kom ik alvast bij een van de belangrijkste oplossingen voor het dalende vertrouwen in ‘mainstream media’ en de opkomst van het concept ‘nepnieuws’: diversiteit. Ik bedoel niet Gloria Wekker diversiteit, of een genderquotum per se. Ik bedoel specifiek ideologische diversiteit. Beter nog dan dat, maar zelfs nog moeilijker te realiseren, zou het zijn als journalisten geen emotionele binding hebben met bestaande machtsstructuren. Buitenstaanders maken nu eenmaal de beste systeemcritici. (Dit is wellicht waarom buitenlandse media harder en nietsontziende berichten over de regering van andere landen, naast de persoonlijke veiligheid.)

Beter nog dan dat, maar zelfs nog moeilijker te realiseren, zou het zijn als journalisten geen emotionele binding hebben met bestaande machts- structuren.

Journalisten kunnen nu nog te vaak ongestraft ‘liegen’ in de manier waarop ze denken, praten en schrijven, omdat er te weinig mensen in hun omgeving zijn die hun aannames over de wereld niet delen. Een persoonlijk voorbeeld. In aanloop naar de inauguratie kwam The Guardian US met een vergelijkend artikel tussen de toenmalige president Obama en de aankomende president Trump. De ondertitel was Obama's term passed without a whiff of scandal. Dit in tegenstelling tot Trump, die meteen al door controverse omgeven zou beginnen aan zijn presidentschap. Grab 'em by the… pony.

Wat mij trof was het gebruik van het woord ‘schandaal’. De schrijver van het opiniestuk bedoelt met schandaal kennelijk persoonlijke blunders, zoals een buitenechtelijke affaire of een tienerzwangerschap van een van de Obama girls. In dat opzicht heeft Obama geen schandaal veroorzaakt en Trump, met zijn lompe opmerkingen, duidelijk wel.

Maar wat ik schandalig vind, is dat het dronebombardement van 7 landen en een Nobelprijs voor de Vrede op de koop toe krijgen, door de auteur blijkbaar niet noemenswaardig schandalig wordt gevonden.

Omdat de journalist de eigen aannames onvoldoende onderzoekt, onderzoekt hij ook de aannames van mensen met dezelfde aannames niet. Dit maakt dat linkse media vaak kritiekloos dwepen met Obama en zelfs Hillary Clinton, maar leden van de ‘tegenpartij’ bij voorbaat niets goed kunnen doen. (Uiteraard geldt dit ook voor rechtse media, ik laat die hier buiten beschouwing omdat de kwaliteitsmedia vrijwel altijd links zijn en ik verspil hier geen moeite aan het redden van modderschuiten.)

Sinds wanneer is de journalist niet meer een luis in de pels van de macht, maar alleen een luis in de pels van de macht die hij niet mag? Van het kritiekloos overpennen van de dictaten van Louis Quatorze (Louis XIV), zijn we na een korte periode bijtende kritiek tijdens de Verlichting (of zo gaat het gerucht) langzaam teruggekeerd naar een kritiekloos overpennen van de eigen Louis Quatorze. Waarbij de enige vereiste lijkt te zijn dat hij of zij een ideologiegenoot is. De vraag dient zich aan of wij media onderhand weer huisslaven zijn geworden van de persoon die in het Witte Huis woont, zolang hij maar van de juiste (politieke) kleur is.

Mensen ervaren de partijdigheid van mainstream media als onwaarheid en gaan op zoek naar media die hun eigen manier van naar de wereld kijken bevestigen. Helaas is bij de zoektocht naar de alternatieve waarheid de correctheid ervan vaak secundair. In dit opzicht verschilt nepnieuws niet wezenlijk van ‘echt nieuws’.

Sinds wanneer is de journalist niet meer een luis in de pels van de macht, maar alleen een luis in de pels van de macht die hij niet mag?

Hier beginnen de nieuwe problemen met ‘post-truth’, voor degenen die slaafse partijdigheid op zich geen probleem vonden. Waar de mainstream media ontegenzeggelijk gekleurd zijn, zijn de alternatieve media dat ook. Omdat alternatieve media claimen ‘de waarheid’ te brengen, en hun toon en aanpak zo sterk verschilt van wat lezers gewend zijn, zijn mensen als het ware nog niet bestand tegen nepnieuws dat expliciete waarheidsclaims doet. ‘What they don’t want you to know’, ‘what they didn’t tell you’, ‘the truth about Climate Change’. Als je al het gevoel hebt dat ‘de media’ zaken achterhouden, dan zijn dit soort claims extra aanlokkelijk. Je wilt namelijk graag ‘in the know’ zijn, en hier is een bron die je verborgen parels aanbiedt. Jammer genoeg geldt ook online dat het meestal geen waarheid is wat er blinkt.

Die paar Moldavische actoren die volslagen verzonnen nonsense het internet op gooien, daar raken mensen snel genoeg op aangepast. Op gegeven moment weet iedere internetgebruiker dat berichten zonder bronnen met een korrel zout genomen moeten worden. Nepnieuws los je niet op door het oppakken van actoren die ‘onwaarheden’ verspreiden, want iets Orwelliaansers is nauwelijks voorstelbaar - denk aan het Amerikaanse plan om nepnieuws te bestrijden ‘dat niet in het Amerikaans belang is’. Yikes!

Waar ik mij zorgen om maak, veel meer dan om regelrechte lariekoek, is het nepnieuws dat een kern van waarheid bevat, die geniepig wordt inzet en opgerekt om tot een idiote conclusie te komen met grote gevolgen voor de manier waarop mensen naar de werkelijkheid kijken en wat ze als ‘waar’ zien. Concepten als ‘white genocide’ of ‘race realism’, om er een paar te noemen.

Dit is het soort nepnieuws waar ik bang voor ben. Dit soort ‘nieuws’ is natuurlijk niet nieuw. We kennen het al langer onder de naam ‘propaganda’. Wel is er door het internet nu gelegenheid voor niet-staatsactoren om een mediacampagne op te zetten waar Goebbels slechts van kon dromen. De mogelijkheid tot het verspreiden van schadelijk nepnieuws is in die zin gedemocratiseerd. In plaats van feiten zo evenwichtig mogelijk te presenteren aan het publiek, worden ze moedwillig zo in en uit elkaar geschoven dat er een nieuwe werkelijkheid ontstaat. De nepjournalist, oftewel propagandist, bericht niet over de feiten, hij maakt ze.

De eerdergenoemde diversiteit en inhoudelijke zelfreflectie bij mainstream media is cruciaal om de opgang van nepnieuws, en met name de gevaarlijke uitwassen ervan, tegen te gaan. Het is een kleine stap van politiek eensgezinde journalisten die samen een redactie vormen met als resultaat enorm gekleurde berichtgeving over steeds dezelfde onderwerpen, naar een online medium dat eenzelfde mate van gekleurde feiten brengt, ditmaal alleen zonder de feiten of met sterk verdraaide feiten. Hoe meer journalisten hun berichtgeving kleuren en manipuleren om hun eigen ideologie naar voren te schuiven, hoe makkelijker het wordt voor de lezer om ongemerkt de overstap naar volledig subjectieve feiten, oftewel confabulaties, te maken.

De nepjournalist, of propagandist, bericht niet over de feiten, hij maakt ze.

Woorden en concepten op een hoger abstractieniveau dan ‘simpele’ feitelijkheden, bijvoorbeeld over politiek en moraal, hangen samen met een wereldbeeld dat door de schrijver als ‘neutraal’ wordt voorgesteld, maar in feite niet neutraal is. De nepnieuwsdiscussie speelt zich niet toevallig af op deze gebieden waar feiten en meningen ongemerkt in elkaar overlopen.

Dit betekent niet dat journalisten geen emoties mogen tonen en het is ook geen pleidooi voor objectiviteit. Wel voor zelfreflectie en evaluatie van onderwerpen en woorden. Gebruik je deze woorden omdat je daar een reden voor hebt, of omdat het woord ‘neoliberalisme’ gewoon lekker vies klinkt, maar heb je eigenlijk geen flauw idee wat het betekent? Zijn dit werkelijk de meest prangende zaken in de wereld die je zou kunnen bespreken, of zijn deze thema’s gewoon heel populair in Amsterdam of onder alfastudenten aan de UvA waar bijna alle Amsterdamse journalisten vandaar komen? Enzovoort. Deze mate van zelfreflectie kun je doorgaans niet zelf bereiken, dus ga op zoek naar luizen in je eigen pels: media hebben zelf immers een vorm van macht en hebben dus net zo goed nood aan agitatie.

Ten tweede moeten journalisten en andere instanties (zoals Facebook) onthouden dat ze geen arbiters zijn van de waarheid. Het klopt dat ze dmv selectie en woordkeuze gewicht geven aan onderwerpen, maar ze bepalen niet zelf de waarheid van die onderwerpen.

Zodra journalisten gaan bepalen wat ‘waar’ is, begeven ze zich op glad ijs. Hun waarheid wordt namelijk niet door iedereen gedeeld en is bovendien niet absoluut. De universele mogelijkheid van publiceren op internet zorgt ervoor dat media, zelfs als ze het allemaal roerend met elkaar eens zouden zijn, nooit een monopolie op waarheid kunnen claimen. Probeer dit dus ook niet dmv een overdaad aan moraliserende opiniestukken alleen gericht op de eigen achterban.

Zodra journalisten gaan bepalen wat ‘waar’ is, begeven ze zich op glad ijs.

Je overtuigt alleen de mensen die het al met je eens waren, de mensen die het niet eens zijn drijf je dieper in de armen van Infowars en Breitbart.

Denk terug aan het eerdere voorbeeld waar ik mij stoorde aan het gebruik van het woord ‘schandaal’. Wanneer je je op het gebied van goed-fout begeeft, en je vaststelt dat je tegengestelde invullingen geeft aan dezelfde woorden, is dat een teken dat je niet dezelfde taal spreekt. Ook al gebruik je ogenschijnlijk dezelfde sequentie letters en klanken. Dit maakt het zo goed als onmogelijk een ‘oplossing’ te vinden.

Ten derde: claims die wel feitelijk te beslechten zijn, moet je feitelijk beslechten. Een journalist die wil kijken of een tegenclaim over klimaatverandering wel klopt, gaat na of de bronnen betrouwbaar zijn. Als hij aanwijzingen vindt dat bron Awordt betaald door een groot oliebedrijf, kan hij op basis daarvan kanttekeningen plaatsen bij de journalistieke waarde van het artikel. Hij heeft zelf geen theorie geproduceerd en is geen ideologische actor. Omdat journalisten wel iets beters te doen hebben dan dit soort correcties onder Facebookartikelen te plaatsen, ligt daar in de nabije en verre toekomst een schone taak voor de bot.

Facebook doet het in ieder geval al goed en gebruikt AI om controleerbare claims te identificeren en in de toekomst wellicht te checken. Een bericht met een getal erin en een datum zou automatisch gecheckt kunnen worden (bijvoorbeeld hoe hard het begrotingstekort is gegroeid onder Obama). Momenteel kan AI getallen identificeren als checkwaardige zaken, maar zijn er nog mensen nodig om de check uit te voeren. Wellicht zal dit altijd zo blijven, misschien ook niet. Als getallen niet kloppen met de claims die ermee worden gemaakt kun je er een waarschuwing bij plaatsen. Je doet hiermee alsnog niet aan censuur, ook maak je geen waarheidsclaim, je controleert simpelweg de claims van anderen op feitelijkheid. [Meer over waarom waarheidsclaims problematisch zijn lees je hier.]

Ten slotte. Een goed voorbeeld voor mainstream media en mensen die alternatieve media willen oprichten is online magazine The Intercept. Opgericht door doorgewinterde en gelauwerde onderzoeksjournalisten Glenn Greenwald en Jeremy Scahill behandelen zij een groot scala aan onderwerpen, niet natiestaat gebonden en zeker niet partijgeboden. Niet objectief, wel betrokken, en altijd kritisch op de macht, wie er ook aan de macht is. Dat laatste is misschien wel het belangrijkste tegengif voor alle vormen van nepnieuws, zowel mainstream als alternatief.


Interessant aanvullend leesvoer: Rob Wijnberg ontkent dat ideologische ingenomenheid van de media een hoofdrol speelde in de crisis van de afgelopen jaren, en wijst in plaats daarvan op de vluchtigheid van het nieuwsbedrijf. Met name het gebrek aan overkoepelende analyse van onderwerpen zonder ‘haakje’ in de actualiteit. Deze ‘vluchtigheidsanalyse’ verklaart echter niet waarom een overweldigende meerderheid van de Amerikaanse mainstream media team Hillary waren en waarom media überhaupt politieke spelers willen zijn (uitzonderingen daargelaten).

Het door Wijnberg genoemde feit dat tot twee uur voor de verkiezingsuitslagen de voorpagina’s al gedrukt lagen met de eerste vrouwelijke president heeft toch echt te maken had met ideologische tunnelvisie en niet alleen met ‘vluchtigheid’ en kliks-geobsedeerde media. Het gebrek aan langetermijnvisie is zeker een belangrijke factor in de ondergang van het journalistieke bedrijf, waardoor het stuk van Wijnberg zeker het lezen waard is.

Red de verzorgingsstaat! Neem een vluchteling in huis

Red de verzorgingsstaat! Neem een vluchteling in huis

Dood door een drone

Dood door een drone