Vier misverstanden over de staatsschuld die ons telkens worden aangepraat

Vier misverstanden over de staatsschuld die ons telkens worden aangepraat

Het is campagneseizoen 2009 als Mark Rutte een winderig podium beklimt in Den Haag.

‘Waarom dit grote scherm hier achter mij?’ vraagt hij retorisch. ‘Nou, omdat de VVD zeer bezorgd is over de grote staatsschuld.’

‘Per dit jaar geboren baby zal de staatsschuld 160.000 euro bedragen,’ vervolgt Mark Rutte. ‘Je zult maar een baby zijn tijdens dit kabinet.’

‘Het is aan mij om de VVD-staatsschuldmeter te onthullen!’

Op het scherm achter Rutte verschijnt plots een tikkende zondeklok die elke seconde 335 euro toevoegt aan een Heel Groot Getal.

‘Yoho,’ roept iemand in de verte. ‘Het zijn de banken,’ roept een ander.

Staatsschuld: chlamydia is nog geliefder.

Schuld betekent in het Nederlands twee dingen: schuld heb je in morele zin en schuld heb je in economische zin. Maar eigenlijk lijken die twee in ons debat vaak hetzelfde te betekenen. Het is één van de weinige dingen waar van links tot rechts consensus over is. Sla de laatste verkiezingsprogramma’s er maar op na. Vrijwel alle partijen hebben een paraaf over het ‘gezond maken’ van de overheidsfinanciën.

De redenen: we hebben al te veel schuld, onze kleinkinderen betalen straks de rekening, het zal ten koste gaan van de economische groei.

Maar wat klopt ervan? Vooral linkse journalisten proberen ons te overtuigen dat een staatsschuld niet erg is. Ze gebruiken gebrekkige argumenten en gecherrypickte artikelen om hun gelijk te bewijzen. Het doel daarvan is duidelijk: mensen doordrenken van de gedachte dat een grote, spilzuchtige overheid een goede zaak is. Hieronder volgen de vier grootste misverstanden die gebruikt worden om mensen te overtuigen dat een staatsschuld niet erg zou zijn.

MISVERSTAND #1:Een hoge staatsschuld is niet erg.

Voor dit punt probeert men de omvang van de staatsschuld te bagatelliseren door Het Hele Grote Getal steeds kleiner te maken. Hoewel het op het eerste gezicht wel logisch lijkt om de omvang van de staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product (BBP) te presenteren, is dit misleidend. De opbouw van de staatsschuld is de opeenstapeling van begrotingstekorten van de afgelopen jaren. Er is, terecht, geen politiek draagvlak om belastingen hoog genoeg te maken om alle staatsuitgaven te dekken. Er is eveneens geen draagvlak om minder uit te geven. In deze impasse ontstaat de staatsschuld.

Waar we mee te maken hebben is een gebrek aan moreel besef. Mensen zijn doordrongen van het sociaal-democratische geloof dat ze recht hebben op wat van een ander is; dat men recht heeft op inkomen. Deze gedachte is niets anders dan gelegaliseerde roof. Deze levensstijl van plundering is vastgelegd in de wetten van onze verzorgingsstaat. Gezien de werkelijkheid is de politiek niet in staat om voldoende buit op te halen want de geplunderden zouden, terecht, in opstand komen. De oplossing is even simpel als sinister.

Door de eigen bevolking via obligaties medeplichtig aan het geplunder te maken, krijgt het geplunder een legitieme status. Er wordt immers geld geleend en over het geleende bedrag wordt rente betaald, precies zoals het ook in de private financieringsmarkt gaat. Het grote verschil is echter dat de rente op de publieke schuld met belastingen opgehaald moet worden. De bevolking en bedrijven hebben daarbij geen andere keuze dan om te betalen. Wie weigert wacht het cachot.

MISVERSTAND #2: De hoogte van de staatsschuld zegt niets over de gezondheid van de overheidsfinanciën

Hier treffen we een veelgemaakte fout: het vergelijken van de staatsfinanciën met die van een privaat bedrijf. Een privaat bedrijf krijgt geld via omzet verkregen door handel met klanten die het product liever willen dan een ander product of het geld dat ze voor het product betalen. Een andere manier om aan geld te komen is om investeerders aan te trekken. Deze manieren hebben een ding gemeen: vrijwilligheid. Niemand wordt gedwongen iets te kopen van of te investeren in een privaat bedrijf. Sterker nog: eventuele dwang is strafbaar en maakt elk aldus ontstaan contract nietig.

Hoe anders is het met de overheidsfinanciën. Slechte investeringen door overheden worden in tegenstelling tot slechte investeringen in het bedrijfsleven niet afgestraft door weglopende klanten. Iedereen in Nederland is verplicht klant van de BV Overheid. Wie de diensten weigert of ermee in concurrentie gaat, wacht het cachot.

We doen het even anders.

Door de bezittingen van de overheid van de schulden af te trekken, zou het met de BV Overheid uitstekend gaan[1]. Op een BBP van €750,284 miljard (bron) betekent dat er dan een slordige €300 miljard overblijft om iets leuks mee te doen. Verdeel dit bedrag over alle 7,5 miljoen Nederlandse huishoudens, dan praten we over €40.000 per huishouden. Dat is nog eens iets anders dan de loze verkiezingsbeloften van een paar honderd euro!

En dan zijn er nog onze pensioenen. In Nederland verdient de staat aan het heffen van inkomstenbelasting op pensioenuitkeringen. Deze “inkomsten” worden meegewogen in het demografische plaatje van de toekomst. Op papier “bezit” de overheid op deze manier enkele honderden miljarden van onze opgepotte 1700 miljard opgespaarde pensioengelden. De logica hierachter is “hoe meer bejaarden, hoe meer belasting.” Door het eigendom van ouderen te onteigenen rekent de overheid zich rijk met een begrotingsoverschot van zo’n 1% van het BBP. De verwachting is dat deze “inkomsten” voor de overheid sterk zullen stijgen vanwege de vergrijzing. Hoe we gaan voorkomen dat politici geen beslag op dit overschot leggen en alsnog veel meer geld gaan uitgeven dan er binnenkomt, wordt echter door niemand besproken.

Misverstand #3: Onze kleinkinderen hoeven onze schuld niet af te betalen.

De overheid geeft miljarden teveel uit en leent geld van om het even wie om het verschil op te halen. Daarover wordt rente betaald, geld dat ook weer via belastingheffing afgelost moet worden. Deze uitbetaling van rente zou dan de reden zijn dat de staatsschuld onschuldig is.

Maar bij wie staan wij in deze schuld? Dat zijn voornamelijk banken, pensioenfondsen en investeerders uit het buitenland. De belastingbetaler wordt dus aangeslagen om rente te betalen aan deze instellingen.

Feitelijk gaat het dus om een herverdelingsoperatie van belastinggeld aan banken en andere bedrijven. Alle belastingbetalers worden immers aangeslagen om de investeerders hun renteopbrengst te geven. In 2016 werden alle huishoudens zo’n €1000 (bron: Miljoenennota 2016, rentelasten staatsschuld €7,8 mrd) armer gemaakt om de houders van Nederlandse staatsobligatie hun opbrengsten uit te keren. Zelfs in het behoorlijk progressieve Nederlandse belastingstelsel is dit een enorme aanslag op de koopkracht van de laag- en middeninkomens.

Op dit moment is ongeveer de helft van de staatsschuld in handen van buitenlandse investeerders. Alle Nederlanders worden dus aangeslagen en dit geld verdwijnt uit ons land.. Deze opbrengst is voor de investeerders. Dat er ook buitenlandse schuldpapieren in het bezit van Nederlanders zijn, doet daar niets aan af. De precieze verdeling van Nederlands schuldpapier dat in handen is van buitenlanders versus wat er aan buitenlandse schuldpapieren in bezit van Nederlanders zijn, kunnen we niet met zekerheid vaststellen.

Misverstand #4: De staatsschuld is niet slecht voor de economie

Een te grote staatsschuld remt de economische groei af[2]. Het economenduo Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff beweerde in 2010 een magische grens te hebben gevonden in die groei-schuldrelatie: de groei zou sterk afnemen als de staatsschuld groter werd dan negentig procent van het BBP. Zowel voorstanders als tegenstanders van bezuinigingsbeleid hebben geschermd met Reinhart-Rogoff. De tegenstanders hebben het werk van Reinhart en Rogoff met evenveel ijver bestreden als de tegenstanders van het werk van Piketty dat deden met ‘Kapitaal in de 21ste Eeuw’.

Empirisch onderzoek na Reinhart en Rogoff (Baglan en Yoldas, 2013) heeft echter geen drempeleffect van 90% BBP kunnen aantonen. Met andere woorden: er is een negatieve correlatie tussen publieke schuld en economisch groei, ook onder de “magische grens” van 90% die Reinhart en Rogoff zouden hebben gevonden.

Studies die de relatie tussen schuld en groei onderzoeken door te controleren voor een grote set van covariaten, tonen een robuust negatieve correlatie tussen schuld en groei in geavanceerde economieën aan (Panizza en Presbitero, 2013). De schattingen van basispunten zijn economisch significant en suggereren dat een toename van 10 procentpunten in de schuld-BBP ratio gepaard gaat met 18 basispunten afname in reële BNP groei. De bestaande literatuur kan echter geen drempeleffect vinden in studies die voor covariaten controleren[3].

Economen zijn nog niet uit over het causale verband tussen schuld en groei. Het is echter veel te voorbarig om te stellen dat de staatsschuld economische groei niet schaadt. Dat wél stellen is zeer misleidend, en is bovendien een argumentum ad ignoratiam gezien diverse empirische onderzoeken die rekening houden met non-lineariteit, covariaten, en heterogeniteit tussen landen, weldegelijk een dergelijke negatieve correlatie aantonen.

Toch horen we dit campagneseizoen politici - alweer - over meer en meer “investeren” met geld dat onder dreiging van geweld is afgeroomd van het deel van Nederland dat wél productieve arbeid verricht. Het is een kostbare verspilling van tijd en inkt om telkens weer aan te tonen dat politici óf geen verstand hebben van economie óf dat het hen gewoon aan morele kracht ontbreekt om de hand eens in eigen boezem te steken, in plaats van steeds maar in de zakken van anderen.

We worden al jaren verteld dat deze investeringen zichzelf terugbetalen. Laten we er dan vooral flink aan verdienen en rijk worden. We laten dit na omdat we blijven geloven dat een grote staatsschuld niet erg is en dat een grote overheid alles perfect regelt. Een betere toekomst opgeofferd voor een gedachtegoed dat aantoonbaar onjuist is.

Je zal maar een pasgeboren baby zijn.


  1. Zo stelt het ministerie van Financiën in de Miljoenennota over 2015
  2. Er is uit de openbaar beschikbare gegevens op te maken dat er zo’n 40% van het BBP overblijft als alle staatsbezittingen geliquideerd zouden worden om daarmee de staatsschuld volledig af te lossen.
  3. http://voxeu.org/article/public-debt-and-economic-growth-one-more-time
Wie is er bang voor blockchain?

Wie is er bang voor blockchain?

De overheid wil u beschermen tegen alle hackers, behalve zichzelf

De overheid wil u beschermen tegen alle hackers, behalve zichzelf