Hoe Trump's Poolse Speech Het Westen Herdefinieerde als Bloed en Bodem

Hoe Trump's Poolse Speech Het Westen Herdefinieerde als Bloed en Bodem

Niet iedereen die de loftrompet blaast over de cultuur en verworvenheden van het Westen en klaagt over haar verval is een vriend van vrijheidsdenken. Dit wisten we een eeuw geleden al, toen de Duitse historicus Oswald Spengler zijn magistrale werk Untergang des Abendlandes (1919) publiceerde.

Het boek besteed 800 paginas aan de weelde van Westerse kunst, wetenschap, literatuur en welvaart, maar dat is niet waar het boek in de kern over gaat. Het doel van de verhandeling was het doen van een duistere voorspelling: het Westen moet zich verenigen in een stam onder een nieuwe Caesar, en snel ook. Doet ze dit niet, dan nemen de andere machtige stammen van de wereld de wapens op tegen het Westen en verliest ze de strijd om de macht.

Volgens Spengler waren de ideologieen van het Liberalisme en het Socialisme dood, net als de op geld gebaseerde economie. Deze zou te dun en zwak zijn om succesvol de strijd om de geschiedenis aan te gaan. Daarvoor was een nieuwe vorm van dictatorschap nodig, gestoeld op een visie en wil van sterke politieke meesters die het volk naar overwinning konden leiden.

Spengler’s enorme boek werd onthaald met een enorm enthousiasme, maar waar ging het aan vooraf? Kijk naar waar Europa zich bevond in het interbellum en de causaliteit wordt duidelijk.

De Poolse Speech

Het boek komt in mij op door de speech die Donald Trump hield in Polen. Deze was soms mooi en inspirerend, op andere momenten weer vreemd en onheilspellend. Het duurde een paar dagen, maar het begint langzaam te dagen dat de speech, geschreven door adviseur Stephen Miller, meer was dan een herhaling van de gebruikelijke politieke platitudes.

Het was een voorstel om de politieke filosofie van de Verenigde Staten te veranderen, om een bewustwording te creëren van de unieke identiteit en missie van wat Trump “Het Westen” noemde - een term die in Amerika de afgelopen decennia weinig politieke weerklank kreeg.

Het Westen, zoals beschreven in de speech, is niet alleen een idee, maar een volk, een natie verenigd door grootse prestaties, waaronder triomfen in grote conflicten. Bijvoorbeeld, de speech verhaalde over de heroïek van degenen die zich verzetten tegen de Nazies tijdens de Warshaw opstand in 1943, en vervolgde met het vieren van de recentere opstand tegen Russische bezetting.

De manier waarop hij deze geschiedenis vertelde was zo geweldig dat het de toehoorders aanspoorde tot nonstop staande ovaties.

De speech probeerde een solidariteit - en zelfs een identiteit - te smeden tussen Polen en de Verenigde Staten die Het Westen heet, en die Trump prachtig als volgt beschreef:

“Er gaat niets boven onze gemeenschap van naties. De wereld heeft nooit eerder zoiets gekend als onze gemeenschap van naties. We schrijven symfonieën. We streven innovatie na. We vieren onze oude helden, omarmen onze tijdloze tradities en gebruiken, and zoeken altijd manieren om te verkennen en nieuwe frontiers te ontdekken. We belonen genialiteit. We streven naar uitmuntendheid, en koesteren de inspirerende kunstwerken die God eren. We koesteren de wet en beschermen het recht op vrije meningsuiting en vrije expressie. We zien vrouwen als de pilaren van onze samenleving en ons succes. Vertrouwen in geloof en familie, niet in overheid en bureaucratie, staat centraal in ons leven. We debatteren over alles. We toetsen alles. We willen alles weten zodat we onszelf beter kunnen leren kennen.”

Ik heb vaak kritisch geschreven over Trump’s beleid en gedrag, maar deze woorden zijn ontroerend en waar (zoals ook veel van Spengler’s boek) en het werd eens tijd dat iemand dit zei in onze tijd. Maar merk op wat er opvalt aan deze formulering. Hij deed grote moeite om deze eigenschappen toe te schrijven aan een “gemeenschap van naties,” een specifieke groep mensen verbonden door een bepaalde manier van leven.

Vrijheid kan niet worden opgedrongen met geweld.

Anders dan zijn presidentiële voorgangers, weigerde Trump deze eigenschappen te beschrijven als kenmerken van een menselijk ideaal, een universeel verlangen, maar focuste hij deze visie in plaats daarvan op een deel van de mensheid - op de een of andere manier ingebed in een demografie.

Twee Vijanden

Trump waarschuwden dat het Westen wordt bedreigd door twee vijanden: de uitdijende bureaucratie van de staat en de invasie van vreemde ideologieen (radicale islam). Om deze twee dreigingen te bevechten, schreef Trump een nieuw besef van de uniciteit van de Westerse traditie voor.

“De fundamentele vraag van onze tijd is of het Westen de wil heeft om te overleven. Hebben we genoeg vertrouwen in onze waarden dat we ze koste wat kost willen verdedigen? Hebben we genoeg respect voor onze burgers om onze grenzen te bewaken? Hebben we het verlangen en de moed om onze beschaving te behouden nu we worden geconfronteerd met degenen die haar proberen te ondermijnen en vernietigen?”

Dit is een hoop om te verwerken! Trump poneert een existentiële dreiging die alleen kan worden afgewend door een bewustwording van de Westerse identiteit. En waar moet deze bewustwording toe leiden? Een bereidheid om te verdedigen, de moed om te vechten, een verlangen om te overleven. En waarvoor? Voor een manier van leven die zich bevindt binnen een nauwe ruimte van de menselijke ervaring. Het is niet universeel.

Dit is niet slechts mijn interpretatie. David French van de National Review contrasteert de speech van Trump met speeches van Bush en Obama en merkt op: Trump “lokaliseert de waarden die andere presidenten beschouwden als universeel in een Westerse context, en hij is uitgesproken in zijn verwerping van universalisme en morele equivalentie.”

Het artikel van French lijkt een deel van de sentimenten aan de rechterkant van het politieke spectrum te weerspiegelen, waar mensen het zat zijn zich te voelen alsof ze zich moeten verontschuldigen voor Westerse prestaties en er liever trots op zouden zijn. Zoals French zegt doet Trump grote moeite om deze prestaties te plaatsen binnen de geschiedenis van een volk, verbonden door een specifieke Joods-Christelijke traditie.

Overal waar mensen vrijheid van de staat genieten, gedijen ze.

En toch is er een wezenlijk verschil tussen het vieren van vrijheid en het deelnemen aan grof cultureel chauvinisme. Er zit een wereld van verschil tussen de claim dat vrijheid ontspruit aan bepaalde instituties (“het oer-ding,” zei Ludwig von Mises is “het idee van vrijheid van de staat”) en claimen dat het is gegrond in bloed en bodem.

Waar is Vrijheid?

De bloed-en-bodem opvatting van wat een beschaving groot maakt is in tegenspraak met wat wij met onze eigen ogen kunnen waarnemen. De huidige wereld toont het succes van vrijheid en rechten binnen verschillende culturen en volkeren verspreid over de aarde. Markten bestaan overal op de planeet, evenals mensenrechten en rechtsstaten. Evenals symfonieën, grootste architectuur, innovatie, vrije meningsuiting, en kunst. Overal waar mensen vrijheid van de staat genieten, gedijen ze.

Voor bewijs voor deze claim hoef je niet verder te kijken dan de Index of Economic Freedom. De kampioenen, Hong Kong, Singapore, Australië, Mauritius, Verenigde Arabische Emiraten, en Chile zijn verspreid over de aardbol en omvatten vele rassen. Wat de meest vrije landen gemeen hebben is niet bloed, religie, geografie of geloof, maar het oer-ding, vrijheid.

Het is een ding om op te merken dat wat wij het Westen noemen de eerste was om liberale ideeën te ontwikkelen. Dit maakt het Westen onderwerp van een historische documentatie en is een onomstotelijk feit. Het is heel iets anders om te postuleren dat het Westen toebehoord aan een bepaald soort mensen bij gratie van...wat eigenlijk? Dit was het onuitgesproken aspec aan Trump’s speech. Wat bedoeld hij werkelijk? Is het religie, geografie, grote leiders, talen, of….ras?

Wat hij in werkelijkheid voorstelt is een andere vorm van identiteitspolitiek die universalisme verwerpt in feit en doel.

Hondenfluitjes

De visie dat Trump’s speech in werkelijkheid een cover was voor een duistere agenda, zette Peter Beinart ertoe aan te schrijven dat Trump’s speech niets anders was dan een oefening in politieke en raciale paranoia. Het Westen is duidelijk geen geografische locatie, aangezien “Polen verder naar het Oosten ligt dan Marokko. Frankrijk verder naar het Oosten ligt dan Haïti. Australië verder naar het Oosten ligt dan Egypte. Desondanks zijn Polen, Frankrijk, en Australië allemaal onderdeel van het Westen, en Marokko, Haïti en Egypte niet.”

Als het niet gaat om geografie, waarom dan?

Polen en grotendeels etnisch homogeen. Dus wanneer een Poolse president zegt dat Westers zijn de essentie is van de identiteit van de natie, definieert hij Polen in oppositie tot landen ten Oosten en Zuiden. Amerika is raciaal, etnisch, en religieus divers. Dus wanneer Trump zegt dat Westers zijn de essentie is van de Amerikaanse identiteit definieert hij Amerika in oppositie tot zijn eigen bevolking. Hij spreekt niet als president van de volledige Verenigde Staten. Hij spreekt als een stamhoofd.

Voordat we Beinart’s claims verwerpen als de tirades van een linkse race-baiter, moeten we bedenken dat Trump’s formulering van het Westen als een volk in plaats van een idee een belangrijke breuk betekent met oude liberale idealen. In het bijzonder geeft de speech een speciale draai aan de Verlichtingsidealen die we associeren met denkers als Hume, Locke, Smith, en Jefferson. Trump loodst die idealen in zijn speech door een gedachtegoed dat tegengesteld is aan die idealen. Wat hij in werkelijkheid voorstelt is een andere vorm van identiteitspolitiek die universalisme verwerpt in feit en doel.

Het probleem met Universalisme

Het is zeker waar dat de filosofie van universele rechten is misbruikt als een excuus om die rechten te schenden. Toen Condoleezza Rice zei dat vrijheid en democratie iedereen toebehoren, was ze bezig met het rechtvaardigen van het soort van buitenlandbeleid waar de Bush en Clinton regeringen om bekend staan. Waar dat soort beleid toe leidt is niet vrijheid, en zeker geen democratie, maar chaos van het soort dat we in door oorlog verscheurde naties in het Midden-Oosten zien. Universalisme van het soort dat leidt tot imperialisme.

Dat is het verkeerde soort universalisme. Het verondersteld dat, aangezien iedereen mensenrechten heeft, de machtigste naties die rechten hard door de strot moeten duwen van de rest van de wereld, ook als dit ten koste gaat van de mensenrechten van degenen die eindigen als “collateral damage.” De kritiek op deze interpretatie is ook terecht. Vrijheid groeit uit een culturele basis, geleidelijk, als een extensie van de mensen die de natie vormen. Het kan niet worden opgedrongen met geweld, of dit nu wordt gedaan door linksige neoliberalen of rechtse neoconservatieven.

Veel van de mensen die zich rond Trump’s ideeën scharen hebben dit probleem met universalistische politiek ook gezien. Maar kiezen zij voor de juiste vervanging? Er moet toch een alternatief zijn voor “universalistisch” imperialisme behalve protectionisme, isolatie, cultureel chauvinisme, en religieus-raciale superioriteit?

Het Echte Liberale Alternatief

Toevallig bestaat er zo’n alternatief. Het werd ooit liberalisme genoemd en vandaag heet het klassiek liberalisme of libertarisme. Als het gaat over dit probleem, kan de filosofie als volgt worden opgesomd: universele rechten, lokaal nageleefd. Het erkent dat het verlangen naar vrijheid universeel is, maar waarschuwt voor pogingen door machthebbers om het anderen op te leggen.

Tocqueville verwijst naar de culturele tradities van een volk, en herkent dat er oneindig veel manieren zijn waarop universele rechten worden belichaamd in de menselijke ervaring. Hij is tolerant en respectvol naar alle manieren. In de geschriften van Ludwig von Mises komt dit liberalisme tot zijn recht door het limiteren van staatsmacht, de vrije expressie en beweging van alle individuen, vrijhandel, en vrede en harmonie tussen mensen en naties.

Liberalisme van deze soort berust niet op een duistere hegeliaanse visie op de geschiedenis zoals Oswald Spengler die een eeuw geleden formuleerde. Een nieuwe Caesar zal het Westen niet redden, maar haar juist haar meest karakteristieke eigenschap ontnemen: vrijheid van het individu van de staat.

Universele rechten, lokaal nageleefd.

De Nieuwe Gematigden

Wat betekent dit voor degenen onder ons die zich niet kunnen vinden in de visie van Trump of er ronduit een afkeer van hebben? Misschien zitten wij in een benijdenswaardige positie.

Jimmy Wales van Wikipedia maakte tijdens FEEcon een opmerking die bleef hangen. Hij is sinds jaar en dag een student van het werk van F.A. Hayek en een libertarier. Hij zegt dat hij zich de laatste tijd minder uitgesproken voelt dan ooit tevoren, om een simpele reden. Rechts en links zijn steeds partijdiger geworden, onredelijk, ingesloten, en vastgeroest in hun tribale loyaliteiten. Dit is precies wat hun leiders willen. Ze zijn verworden tot twee stammen die vechten over de buit van een corrupt en falend systeem. In deze oorlog kan niemand winnen.

Dit heeft Wales en veel van ons libertariërs in de onwaarschijnlijke positie gemanoeuvreerd waar wij ons de gematigde partij voelen. Wij zijn in staat om redelijk te praten met redelijke personen zonder onze eigen principes te hoeven wijzigen. Een libertariër kan de meest gematigde persoon in de kamer zijn.

De weg voorwaarts bestaat uit het laten varen van het verlangen naar een groots en beslissend stammenconflict en het in plaats daarvan streven naar een systeem van vrede en welvaart, en sociale harmonie voor iedereen. Het gaat niet om bloed en bodem. Het nastreven van geluk is waar het universele recht voor alle mensen om draait.

De boodschap dat universele vrijheid geen tribale sterke man nodig heeft is nooit aantrekkelijker of meer noodzakelijk geweest dan nu.

Waarom de overheid wil dat jij met je pinpas betaalt

Waarom de overheid wil dat jij met je pinpas betaalt

De Beste Staat Die We Nooit Gehad Hebben

De Beste Staat Die We Nooit Gehad Hebben